Gerrit hield niet van mensen, en de mensen hielden ook zeker niet van Gerrit. Hij woonde in een tweekamerappartement dat rook naar oude kranten en goedkope filterkoffie. Zijn haren zaten altijd in de coupe “het zit niet” en in zijn kasten hingen drie setjes kleding die met elkaar vloekte zodat je scheel zag. Hij had met niemand contact in zijn appartementencomplex, maar toch kent iedereen Gerrit. Alleen al omdat hij de nooit Goedendag zegt tegen zijn medebewoners. Zijn enige sociale contact bestond uit het brommen tegen de postbode en het wekelijks kopen van een staatslot bij de tabakszaak op de hoek, puur uit gewoonte, zoals een tandenborstel die je vervangt wanneer de haren uit elkaar gaan staan. Op zijn sloffen verliet hij zijn huis om naar de tabakszaak te gaan en een lot te gaan kopen. Het was December en koud, maar de tabakszaak was niet heel ver lopen. Hij doet de deur open. “Tringelingeling” doet de deurbel en Gerrit schrikt van het belletje wat dan gaat. Kneiters, wat een harde bel dacht hij, mijn oren doen er zeer van. De medewerker zei Goedemorgen tegen Gerrit. Gerrit zuchtte een keer en zei: Laat goede er maar af. Een lot graag, zei hij met schorre stem. De medewerker toetst het in op de computer en zei, misschien wordt dit lot uw gelukslootje. “Dat kan ik me niet voorstellen” zei Gerrit binnensmonds. Hij betaald en loopt weer naar huis.
Op een sneeuwachtige vrijdag januari 2026 veranderde alles. Gerrit zat aan zijn wankele keukentafel met een kop filterkoffie die koud was geworden en vergeleek de nummers op zijn verfrommelde lot met de trekking op zijn tablet.
"Verdomme," mompelde hij. Hij keek nog eens. De cijfers kwamen overeen. Allemaal.
Gerrit had dertig miljoen euro gewonnen.
Hij voelde geen vreugde of iets anders. Hij voelde niets. Zijn eerste gedachte was dat hij nu waarschijnlijk een nieuwe tafel moest kopen, en hij haatte het uitzoeken van meubels. Hij stelde zich de opdringerige adviseurs in glimmende pakken voor, met glad naar achteren gestreken haren en de verre neven en nichten die plotseling zouden herinneren dat hij bestond. Ook zouden er zogenaamde nieuwe vrienden zijn huis weten te vinden. Zijn voorhoofd trok in een aantal diepe rimpels. Hier heeft hij helemaal geen zin in.
De volgende ochtend begaf hij zich van lieverlee toch maar naar het hoofdkantoor van de loterij in Den Haag. Hij droeg zijn minst gatenkaas-achtige trui en een gezichtsuitdrukking die suggereerde dat hij liever een wortelkanaalbehandeling onderging.
Bij de receptie werd hij ontvangen door een jonge vrouw met een glimlach die zo wit was dat het pijn deed aan zijn ogen. "Meneer De Vries! Wat een fantastisch nieuws. Komt u verder, de directie wacht op u." Nou, dacht hij, zij was in ieder geval super enthousiast, maar Gerrit was nog niet enthousiast te krijgen.
Gerrit werd naar een chique kamer geleid met kamerhoge ramen en lederen stoelen. Daar zat een man in een driedelig grijs pak, die opstond alsof Gerrit de verloren zoon was.
"Meneer De Vries, gefeliciteerd! Dertig miljoen! Een uniek moment," kraaide de man, die zichzelf voorstelde als Van Straten.
"Ja, ja," bromde Gerrit terwijl hij plaatsnam. "Laten we het proces afhandelen. Ik wil voor de avondspits weer thuis zijn."
Van Straten kuchte even. "Natuurlijk. Er is echter... een kleine administratieve complicatie. Niets ernstigs, maar we moeten wel even door de details heen."
Gerrit vernauwde zijn ogen. "Wat voor een complicatie?"
"Welnu," begon Van Straten, terwijl hij nerveus met een vulpen speelde. "U heeft gewonnen in de speciale 'Digital Future' trekking van 2026. Zoals u weet, is de wetgeving rondom kansspelen vorig jaar aangepast om inflatie en valutaschommelingen tegen te gaan."
"Kom ter zake," snauwde Gerrit.
"U heeft dertig miljoen gewonnen, meneer De Vries. Maar vanwege een vinkje op uw digitale deelnameformulier – waarschijnlijk een foutje in de interface van de kiosk – wordt het bedrag niet uitgekeerd in euro's."
Gerrit hield zijn adem in. "In wat dan? Bitcoins? Goudstaven?"
Van Straten werd nerveuzer en slikte. "In 'Lotto-Punten'. Bruikbaar in de exclusieve online catalogus van onze partners."
Het bleef doodstil in de kamer. Gerrit staarde de man aan alsof hij zojuist had beweerd dat de maan van kaas was gemaakt. "Lotto-Punten?" herhaalde hij met een stem die klonk als schuurpapier over metaal. "Wat kan ik kopen met dertig miljoen Lotto-Punten?"
Van Straten schoof een tablet naar hem toe. "Nou, heel veel! We hebben een breed assortiment. U kunt bijvoorbeeld drie miljoen limited edition stressballen bestellen. Of dertigduizend jaarvoorraden aan biologische vogelvoer-mix. Oh, en we hebben een zeer populaire sectie met opblaasbare kajaks."
Gerrit keek naar het scherm. De catalogus stond vol met rotzooi die hij niet wilde, van elektrische eierkokers tot gepersonaliseerde badmatten. Er was geen optie om de punten om te zetten in contanten. De kleine lettertjes, die Van Straten nu met een trillende vinger aanwees, waren onverbiddelijk: Punten zijn niet inwisselbaar voor wettige betaalmiddelen en vervallen na 12 maanden.
Gerrit voelde een bekende woede opborrelen, maar tot zijn eigen verbazing barstte hij niet uit. Hij keek naar de man in het pak, naar de glimmende kantoortoren en naar de absurde lijst met artikelen op de tablet.
"Dus," zei Gerrit langzaam. "Ik ben de rijkste man ter wereld op het gebied van opblaasbare kajaks?"
"In feite... ja," zei Van Straten hoopvol.
Gerrit stond op. Hij pakte zijn jas. "Prima."
"Meneer? Gaat u niet bestellen?"
"Ik kom terug," zei Gerrit.
Drie maanden later was de buurt van Gerrit onherkenbaar. De norse man die nooit een woord zei, was de spil geworden van een bizarre operatie. Voor zijn flatgebouw stonden dagelijks vrachtwagens van de pakketdienst.
Gerrit had namelijk ontdekt dat hij de Lotto-Punten kon gebruiken om goederen rechtstreeks naar adressen te sturen als 'cadeau'. Hij was begonnen met het bestellen van duizenden hoogwaardige winterjassen, slaapzakken en houdbaar voedsel, die hij liet bezorgen bij daklozenopvangcentra door het hele land. Hij bestelde industriële koelkasten voor de voedselbank en honderden laptops voor scholen in achterstandswijken.
Hij was nog steeds nors. Hij schold nog steeds op de bezorgers als ze de dozen niet netjes stapelden. Maar elke avond zat hij achter zijn tablet, klikkend op 'Bestellen', terwijl hij met een wrange glimlach zag hoe zijn dertig miljoen punten langzaam slonken. Bekende en onbekende mensen maakte hij toch blij met zijn lottopunten. Hij had nooit durven dromen dat dit alles hem kon overkomen.
Toen de lokale krant hem wilde interviewen over de 'Mysterieuze Weldoener van de Lotto-Punten', sloeg hij de deur in hun gezicht dicht.
"Donder op," riep hij door de brievenbus. "Ik probeer alleen maar van die rotpunten af te komen voordat ze verlopen!" Hierop droop de lokale krant af en gingen mensen interviewen die wat cadeau hadden gekregen van de lottopunten. De mensen wisten niet zeker of dat van hem af kwam, want zo gul gevend kennen ze Gerrit niet.
Gerrit was nog steeds niet rijk in euro's, en zijn tafel wankelde nog steeds. Hij had nog dezelfde setjes kleding in zijn kledingkast hangen. Hij was ook niet naar de kapper geweest. Liep nog op dezelfde sloffen. Maar terwijl hij een nieuwe zending van vijfduizend paar wollen sokken naar een bejaardentehuis stuurde, dacht hij bij zichzelf dat dit de eerste keer was dat een fout in het proces hem eigenlijk best goed beviel.